Limburgse Schaatsvrienden op de Weissensee

Na een lange winter hard trainen op het kunstijs bij Laco Glanerbrook, is een schaatsreis naar de Weissensee voor veel Limburgse Schaatsvrienden het hoogtepunt van het seizoen. Eén van hen is Esther, die dit jaar voor het eerst meeging naar het Oostenrijkse meer. Het werd een fantastische ervaring! Hier haar verslag.

 

Een prachtig meer met glad, zwart ijs tussen de besneeuwde bergen. Dat is zo ongeveer hoe het eruit moet zien op de Oostenrijkse Weissensee. Na jaren dromen, nam ik dit jaar eindelijk de stap om mee te gaan naar Oostenrijk voor het ultieme natuurijsgevoel. Tijdens de pannenkoekenavond aan het begin van het schaatsseizoen kwam het schaatsen op de Weissensee ter sprake. Al snel waren de mailadressen uitgewisseld en werden er plannen gesmeed voor een reis naar Oostenrijk.

Begin februari was het zover. Na een uitgebreide voorbereiding en een lange dag reizen,  kwam eindelijk de Weissensee in zicht. Het 930 meter hoog gelegen meer zag er alleen niet helemaal uit zoals voorgesteld: geen prachtig glad, zwart ijs, geen besneeuwde bergen. In plaats daarvan grauwe bewolking en grijs, papperig en bobbelig ijs. Maar niet getreurd, wij kwamen om te schaatsen, dus we gingen schaatsen. Nog geen half uur na aankomst stonden we al op het ijs. En jawel, we konden zelfs onder de brug door naar het grote meer, iets wat slechts een keer in de paar jaar schijnt te kunnen! Dus hup, er onderdoor het grote meer op. Maar oef, wat was het ijs slecht. En wat kostte het veel moeite om daar op voort te bewegen. Het was geen schaatsen meer te noemen. Toen het daarbij ook nog begon te regenen en te schemeren besloten we, na een kleine 20 kilometer harken, het ijs maar te verlaten. Morgen beter.

Maar nee, toen we de volgende ochtend ontwaakten, bleek er een dik pak sneeuw te zijn gevallen. En het sneeuwde nog steeds. Schaatsen was deze dag niet mogelijk, dus we hebben maar een mooie sneeuwwandeling gemaakt. De volgende dagen ging het gelukkig beter, het ijs was weer gedweild (de ijsmeester hield met een tractor met sneeuwschuiver en –borstel het ijs sneeuwvrij). In een heerlijk zonnetje schaatsten wij op dag 3 onze rondes over het kleine meer. En wat was het genieten! Eindelijk die mooi besneeuwde bergen, glad ijs en prachtige nevels die boven het meer opstegen. Echt ultiem genieten! We schaatsten tot de zon het ijs had veranderd in slush puppy en we niet meer verder konden.

Wat een blijdschap toen het op de dag van de toertocht koud en bewolkt bleek te zijn: ‘Goed voor het ijs’. ’s Ochtends om zes uur verzamelden we ons bij de start voor een korte warming-up. Een stevig ontbijt was toen al achter de kiezen. Snel de schaatsen aan en om zeven uur, toen de bergen om ons heen langzaam uit de duisternis tevoorschijn kwamen, klonk het startschot. Een lange rij schaatsers verspreidde zich over het parcours, een ronde van iets meer dan 4,5 kilometer. Voorzichtig, vanwege alle gaten, scheuren en slechte plekken die in het donker nog niet goed zichtbaar waren, reden we onze eerste rondes, terwijl de rest van de wereld geleidelijk ontwaakte. Tegen de tijd dat het licht was, waren we weer gewend aan het ijs en wisten we precies waar de slechtere plekken zaten en op welke stukken we lekker konden doorknallen. In verschillende treintjes reden we ronde na ronde. Elke paar rondes werd er gestempeld en zo nodig wat gegeten of gedronken, om daarna meteen weer door te gaan, ieder voor een eigen doel, 100, 150 of zelfs 200 kilometer. Het ging heerlijk. Helaas werd om vijf uur aangekondigd dat we moesten stoppen in verband met de invallende duisternis. En net voor het donker kwamen we over de finish, een prachtig moment!

Moe en voldaan namen we die avond onze medailles en oorkondes in ontvangst. Onder het genot van halve liters Weissbier werd teruggekeken op de mooie prestaties die deze dag waren neergezet. ‘We did it!’ En het was fantastisch!

De volgende dag reden we nog een paar laatste rondes over het kleine meer, om onze stijve lijven weer even in beweging te brengen, en namen we afscheid van het ijs en van de prachtige omgeving. Dag Weissensee, tot de volgende keer! En wie weet lukt het dan om die magische 200 kilometer te halen. Wie weet. Ooit.

 

Met dank aan Sjaak Frenken en Frans Deuss voor de organisatie van deze fantastische reis, en natuurlijk aan de supergezellige groep waarmee we deze schaatsweek hebben doorgebracht!