Schaatsvriend Ton (77) op podium WK-sprint Milwaukee
Het gaat niet om de bestemming, maar om de reis ernaartoe. Daar leer je het meeste van, zo luidt de stelregel. Mijn doel staat vast: ook deze winter meedoen aan het WK Sprint voor masters. Niet direct naast de deur, want in Milwaukee, Wisconsin, USA. Als alles meezit, dan ben ik vanuit Amsterdam binnen tien uur in mijn hotel. De zeven uur tijdsverschil even buiten beschouwing latend.
Bij het inchecken op Schiphol krijg ik te horen dat het nog maar de vraag is of ik meekan. Wat?! Hoe kan dit? Er zijn te veel boekingen, melden de jongedames van KLM. Ik krijg het twijfelachtige label ‘stand-by’ opgeplakt. Na drie stressvolle uren en dito smeekbedes mag ik toch het toestel in, als laatste. Volgende hobbel. Ellenlange rijen voor de checkpoints op JFK-Airport in New York. Een kleine drie uur later bereik ik de gate voor de aansluitende vlucht naar mijn eindbestemming. Wat ik vrees, komt uit: te laat. Met een U-bocht via het bijna 1300 kilometer zuidelijker gelegen Atlanta, dan ben je al bijna in Florida, is de eerste optie. Om elk risico te vermijden blijf ik op de luchthaven, want om 5 uur in de morgen moet ik mij al melden bij de gate. In de nanacht voel ik me even als Tom Hanks, die in de film The Terminal juist op deze luchthaven komt vast te zitten. Zeker als alle andere reizigers verdwenen zijn en schoonmakers mij grijnzend beginnen te groeten als ik op de grond ben gaan liggen voor een hazenslaapje.
De bocht is een uitdaging
De andere middag arriveer ik dan toch in Milwaukee. Krap anderhalve dag voor het titeltoernooi. Al vraag ik mij opnieuw af of ik er wel goed aan heb gedaan om deze uitdaging aan te gaan. Ondanks recente ereplaatsen bij de Sprint Classics in Inzell en het NK Masters Allround en Afstanden voel ik mij op schaatsen als iemand die een glaasje te veel op heeft. Het ‘inzwieren’ bij de bochten is de hele winter zonder meer een crime. Moet vaak alle moeite
doen om niet te vallen. De vanzelfsprekende samenwerking tussen de spieren van mijn onderlichaam en het neurologisch systeem lijkt verstoord te zijn. Constant speelt de vertwijfeling mij parten.
Half november wordt bij de jaarlijkse controle van mijn bloedwaardes door de huisarts de boosdoener opgemerkt: simvastatine. Dat het medicijn, om de onterecht als ‘slecht’ aangemerkte cholesterol laag te houden, bij mij voorgeschreven na een operatie twaalf jaar geleden, soms vervelende bijwerkingen kan hebben, is mij bekend. Dat ik in de loop van de jaren in huis een paar keer zomaar mijn evenwicht verloor, is tot daaraan toe. Maar echt schrik kreeg ik eind september na de eerste onbeholpen ijsgewenning in Nijmegen. Na het verlaten van het ijs kan ik tijdelijk niet meer lopen. Na de diagnose ben ik met de inname van dit agressief gedragende medicijn gestopt. Mede omdat ik veel spiermassa heb verloren en tientallen kilo’s lichter ben geworden. Sindsdien boek ik met ups en downs wat vooruitgang, maar het houdt nog niet over.
Brons WK-Masters
In de vier races tijdens dit WK slaag ik erin om redelijk in balans te blijven. Het hoogtepunt voor mij? Het zal bevreemding kunnen wekken, maar dat is niet het ontvangen van het brons voor mijn eindklassering bij de Men 75. Nee, het inrijden aan het begin van de tweede wedstrijddag, zondag 23 februari, zal mij altijd bijblijven. Als vanouds kan ik ineens weer onbevangen schaatsen en geniet van die heerlijke beweging om over het ijs te scheren.
Teamcoach Monique Vergeer zit op een kussen op het middenterrein. Ze ziet het, begrijpt het, voelt het aan. Met een glimlach steekt ze twee duimen naar mij op. Wat een feest is dit!
Ton van Helden