Genieten tijdens gewestelijk sprintfestijn

Kun je als deelnemer aan dezelfde wedstrijd genieten van het optreden van een andere schaatser? Zeker wel. En niet omdat zij ook een Limburgse Schaatsvriend is. Zaterdag 9 november in Eindhoven, waar het GK Supersprint en Pure sprint werd gehouden, zie ik iets dat mij blij maakt.

Wachtend op mijn beurt kan ik Amina Dillmann volgen in de eerste van twee 300 m-races tegen Maud Groenen. Beiden zijn vijftien jaar en maken deel uit van de gewestelijke selectie. Vanuit mijn positie is vooral het rijden op de laatste honderd meter goed waar te nemen. Het pittige ritme van Amina’s slagen, volmaakt in coördinatie met de bewegingen van de armen, schijnbaar moeiteloos de kniehoeken bewarend en essentieel: het stilhouden van haar romp waardoor er geen energie verloren gaat, vormen een toonbeeld van harmonie. Alles klopt.

Het resultaat is er dan ook naar, tweemaal een verbetering van haar persoonlijke record: van 11,90 naar 11,87 seconde op de 100 m; en van 28,44 naar 28,31 seconde op de 300 m. Daardoor een tweede plaats verzilverend in het eindklassement achter Groenen. Om die prestaties extra reliëf te geven tonen de wereldranglijsten van snelste tijden bij de meisjes B1 in dit seizoen. Op de 100 m is Amina geklommen naar de zevende plek. Op de 300 m staat ze nu achtste. Maud Groenen voert op de kortste afstand de ranglijst zelfs aan met de op dit GK gerealiseerde tijd van 11,45 s.

Over klasse gesproken. Die is vrijwel over de hele linie te zien bij de snelsten in de diverse leeftijdscategorieën. Senior Tim Broere (35) knalt op de pure sprint naar een fraaie reeks tijden: 10,14, 24,05 en 38,16 seconde. Katja Franzen (34) op haar beurt steekt er bij de vrouwen senioren met kop en schouders bovenuit. De Duitse, met vele deelnames aan WK’s, EK’s en World Cups op haar cv, traint bij de Eindhoven Pinguïns. Haar serie: 11,56, 26,99 en 42,06 seconde.

Mijn rol als tweede vertegenwoordiger van onze vereniging in dit veld is bescheiden. De jaren dat ik op het titeltoernooi drie keer eerste werd bij de masters (toen nog veteranen genoemd) liggen ver achter mij. De limiettijd van 53,00 seconde op de 500 m om mee te mogen doen, haal ik niet meer. Als enige reserve mag ik ten slotte toch aanschuiven. In stilte heb ik er een feestje van gemaakt. Een soort van genoegdoening na het abrupt moeten beëindigen van het vorige wedstrijdseizoen als gevolg van een bacteriële infectie. Na enkele uren tevoren vijfde te zijn geworden op het WK Sprint bij de Men 75. Pas deze zomer als het herstel doorzet, laat ik de gedachte toe dat ik nog geen afscheid wil nemen van de wedstrijdsport.

Aan het eind van het sprintfestijn betreed ik bij de masters – ruim een kwart eeuw ouder dan kampioen Erik van Hooft en Martijn Willemsen – als derde het erepodium. ‘O, je bent laatste geworden’ echoot de geamuseerde opmerking die een kennis ooit maakte door me heen. Toch doet het mij wat. Zeker als de scheidsrechter bij de huldiging enthousiast zegt hoe geweldig hij het vindt dat ik heb meegedaan. Vervolgens staat hij erop dat we samen op de foto gaan.
Blij maken van anderen, die rol wil ik graag vervullen, zolang het kan.

Ton van Helden

Nieuws Overzicht